Op een dag toen ik aan het wandelen was vroeg ik mezelf af: wat wil jij in het leven, wie wil jij zijn? Ik antwoordde tegen mezelf: ik wil diegene zijn waarvan mensen zeggen ” ’t is een specialleke, maar als zij het niet kan, kan niemand het”. Ik had een afspraak bij mensen thuis en de vrouw vertelde me dat persoon X mij aangeprezen had en toonde me het berichtje, op het einde stond er: “’t is zelf wel een specialleke, maar ze is de beste uit de regio”. Ik vond dit zo toevallig dat ik het niet kon laten dat stukje luidop voor te lezen. De vrouw verontschuldigde zich “excuses, ik was vergeten dat dat stukje er in stond”. Maar het was dat stukje dat me kracht gaf om mijn anders zijn te durven koesteren.

Jarenlang hoor ik dat ik ‘anders’, ‘raar’, ‘bijzonder’, ‘speciaal’, ‘vreemd’, … ben. Mijn middelbare schooltijd was problematisch, op school functioneerde ik niet zoals het hoorde en thuis was ik prikkelbaar en vluchtte ik uren weg naar de paarden. Op beide plaatsen had ik last van agressieproblemen, ik kreeg er een kaartje voor op school zodat ik de klas kon verlaten wanneer ik daar nood aan had. Nachtmerries heb ik al zolang ik me kan herinneren en het aantal therapeuten is te veel om op te tellen. Op school waren leerlingen en leerkrachten het erover eens dat ik nooit iets zou bereiken en dom was. Mijn ouders gingen in verdediging, ze vonden dat ik bovenmaats intelligent was maar gewoon onvoldoende deed en me moest herpakken. Alsnog werd er beslist me van ASO Latijn naar TSO te laten overgaan vanuit de school, ik verveelde me maar ik had tijd om dingen te doen die ik wel leuk vond. Ondanks mijn zeer lage zelfbeeld koos ik bij mijn afstuderen toch voor een Universitaire opleiding. Ik kon alleen niet kiezen: criminologische wetenschappen, diergeneeskunde, rechten of psychologie. Waarom was er ook zoveel keuze, ik was nog maar 17 jaar en wist nog niet eens wie ik was, laat staan wat ik wilde.

Uiteindelijk koos ik voor criminologische wetenschappen. Tijdens mijn studie ontdekte ik veel over mezelf en anderen. Ik was veel meer bezig met alles daarrond dan dat ik aan het studeren was. Ik heb altijd al de grote drang gehad om alles te weten, maar urenlang studeren was daar nooit een onderdeel van. Dat bleek ook tijdens de bespreking van een examen in mijn 3e bachelor omdat ik een onvoldoende had. De professor vroeg me of ik doelbewust een ander antwoord had opgeschreven. Dat had ik niet. Ze zei dat ze nog nooit zo’n volledig antwoord had gelezen, maar het was een antwoord op een vraag die er niet stond. Ze vroeg of ik ooit al eens iets gehoord had over de term adhd. Dankjewel professor Vander Laenen, zonder jou was ik nooit aan de zoektocht naar mezelf begonnen. Ik had reeds andere diagnoses, misdiagnoses. En ik heb wel 21 jaar gedacht dat ik een mens was met gedragsproblemen, dat ik dom was, dat ik lui was, dat ik een mislukking was.

Zonder mijn dieren had ik deze periode nooit kunnen doorstaan. Het is dankzij hun dat ik mijn sociale vaardigheden, zelfvertrouwen, geduld e.d. kon ontwikkelen. Ik besloot dat ik anderen hiermee wilde helpen, mensen die net zoals mij buiten de maatschappij vallen. Gedetineerden, jongeren met gedragsproblemen, mensen die neurodivers zijn. Ik begon mijn carrière in het onderwijs als leerlingenbegeidster, waar ik een vast contract aangeboden kreeg maar weigerde. Ik wilde meer. Ik startte in de forensische psychiatrie, maar ook hier vond ik mijn weg niet. Ik wilde het Belgisch systeem veranderen, dat was misschien niet mijn beste idee als nieuwe werknemer. Daarnaast vond men mijn sociale vaardigheden niet goed. Ik werd de definitie van een jobhopper en belandde zelfs in een dierenartspraktijk. Nergens vond ik wat ik zocht. Was dit dan adhd? Moest ik me maar gewoon leren aanpassen?

Nog steeds had ik het gevoel dat er iets niet klopte. Waarom hoorde ik nergens bij? Waarom kon ik niet functioneren zoals anderen? Waarom pas ik niet in deze maatschappij?

En toen viel het woord, het woord dat mijn leven voorgoed zou veranderen: hoogbegaafd. Een vriendin zei me dat ze altijd al gedacht heeft dat ik autistisch en hoogbegaafd was. Ze herkende het van ver. De bal ging aan het rollen en eindelijk begreep ik het, mezelf. Het geen aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten, de continue drang naar kennis, de enorme hoeveelheid interesses, het raar bevonden worden, het anders communiceren, het snel uitgekeken zijn op alles.